Borgweg 31

BorgwegEswegHeidesteegHolle DriftRandweg
RuiterwegSchapendriftStrubbenwegZeegserweg
Even nummers BorgwegOneven nummers Borgweg
24681012141618201357911131515a17
22242628303234363840192123 252727A27B27C2931
424446485052545658603335373941434547

Achtergrondinformatie over geschiedenis van perceel Borgweg 31.

pastedGraphic.png

Op de plek waar nu de boerderij Borgweg 33 en de woning Borgweg 31 staan, stond oorspronkelijk één boerderij. Zie op bovenstaande kadastrale kaart uit omstreeks 1832, pand nummer P61. Deze boerderij was een gedeelte van een oorspronkelijk complex boerderijen, die daar gebouwd waren door de familie Ellents. Dit is een oude Drentse regentenfamilie. Medio 18e eeuw was de in 1720 in Zuidlaren geboren Coenraad Wolter Ellents de eigenaar. Deze vermogende inwoner van Drenthe en had op diverse plaatsen in Drenthe bezittingen. Hij was getrouwd met Gesina Oldenhuis, die o.a. familie was van de familie Kymmell, welke eveneens verschillende bezittingen had in o.a. Schipborg (zie bij “Esweg 3”).  

Coenraad Ellents overleed in 1784. Zijn vrouw Gesina, die de bezittingen erfde, werd daarmee de op één na rijkste inwoner van Drenthe. Zij overleed in 1818, waarna enkele bezittingen werden afgestoten. Zo werd de grote boerderij in Schipborg in 1819 in tweeën gesplitst. Het woonhuis met het zuidelijk gedeelte en de schuur met het noordelijk gedeelte werden op een veiling in 1819 apart verkocht.

De oude boerderij heeft dus uit twee aaneen gebouwde boerderijen bestaan. Deze was opgebouwd uit Bentheimer natuursteenblokken en had dus een wit aanzien. Er is helaas geen foto van de boerderij bekend en ook is onbekend waar bij afbraak de natuurstenen zijn gebleven. 

In een van de boerderijen heeft Philippus Jan Leeker gewoond als huurder/pachter. Philippus Jan is geboren in 1744 in Winschoten en was koopman in de stad Groningen. In 1770 trouwt hij daar met de 32 jarige weduwe Maria Hamming. In 1773 krijgen ze een zoon, Jan Leeker en in 1775 een tweede, waarschijnlijk jong overleden zoon, Derk Leeker. Maria Hamming overlijdt in 1781. 

In 1785 trouwt Philippus Jan Leeker voor een tweede keer, nu met Janna Henrika Emmen. Uit dit huwelijk worden ook twee kinderen geboren, die echter jong overlijden in 1802 en 1811, respectievelijk 17 en 24 jaar oud. 

Philippus Jan Leeker was pachter van deze boerderij, maar daarnaast ook eigenaar van de naastgelegen boerderij P59 op de hoek Borgweg/Esweg (thans Borgweg 35; zie ook daar). In 1794 wordt hij aangeslagen voor haardstedengeld in Schipborg. Hij heeft hier dan dus al bezittingen. Waarschijnlijk is ook zij tweede echtgenote al jong in Groningen overleden. In elk geval is hij, samen met zijn zoon tussen 1811 en 1817 van Groningen naar Schipborg verhuisd.

Zoon Jan Leeker overlijdt in 1817 op 44-jarige leeftijd in Schipborg. Vader Philippus Jan Leeker overlijdt in 1819. Hij is dan 75 jaar oud. In de akte staat vermeld dat hij is overleden ten huize van de weduwe Jan Harms Bos. Hij laat na: “een huis en anexe hof, staande en gelegen te Schipborg, door de overledene bewoond gebruikt geweest e.e.e. ter waarde van fl. 450,- en diverse stukken land ter waarde van fl. 373,50; tezamen dus fl 823,50”. Dit zal dus de naastgelegen boerderij zijn (huidig Borgweg 35).

Eigenaar van de boerderij wordt Roelof Tammink uit Zuidlaren (1776-1846). Hij was schulte (rechterlijk functionaris) en in de Franse tijd (adjuct) maire van Zuidlaren en grootgrondbezitter. Bij zijn overlijden in 1846 liet hij vele bezittingen in Drenthe na, waaronder een boerenplaats met landerijen te Schipborg (o.a. de percelen sectie P nummers 60, 61 en 62; zijnde deze boerderij; totaal groot 32 bunders, 27 roeden en 70 ellen). Verder behuizingen en landerijen te Zuidlaren, Hoogezand en Haren. 

Roelof Tammink was gehuwd met Jantien (Jantje) Pelinck (1782-1857) uit Norg. Zij was een dochter van een landbouwer uit Norg uit een rijk geslacht met eveneens vele bezittingen. Ze krijgen zeven kinderen. 

De boerderij gaat na het overlijden van Roelof Tammink in 1846 over naar zijn echtgenote Jantien Pelinck. Bij testament van 11 februari 1841 heeft hij namelijk bepaald dat al zijn bezittingen bij overlijden over gaan naar zijn vrouw. 

Wanneer Jantien Pelinck overlijdt in 1857 is er van de zeven kinderen nog maar één in leven, Harm Tammink. Hij erft alle bezittingen. Harm Tammink overlijdt op 13 maart 1891 te Zuidlaren. Hij is ongehuwd en heeft geen verdere aanverwanten (meer). Hierdoor wordt de erfenis (waaronder de boerderij met landerijen te Schipborg) vererfd aan een groot aantal (verre) familieleden. De totale waarde van de bezittingen bedraagt ca 2,2 miljoen gulden (zou nu ruim 27 miljoen euro zijn). Het grootste deel (de helft) gaat naar een neef van Harm Tammink, Hendrik Pellinck (1826-1904). Hendrik is advocaat en procureur in Assen en lid van Gedeputeerde Staten van Drenthe. 

Hendrik Pellinck verpacht het bedrijf. Van 1857 tot 1892 aan Egbert Gerbers. Egbert is in 1832 geboren in Anloo. In 1865 is hij getrouwd met Fenna Timmermans uit Borger. Ze krijgen negen kinderen. Na 1892 wonen ze nog tijdelijk elders in Schipborg om in 1903 naar Zuildaren te verhuizen. Van 1892 tot 1901 wordt het bedrijf verpachte aan Albert Weites. Albert is afkomstig uit Hoogezand en getrouwd met de eveneens uit Hoogezand afkomstige Harmke Menger. Zij krijgen vijf kinderen. Na 1901 wonen zij elders in Schipborg. Albert overlijdt daar in 1944 op 74-jarige leeftijd. Harmke wordt 79 jaar en overlijdt in 1951 eveneens in Schipborg.

In 1901 verkoopt Hendrik Pellinck het bedrijf aan Jan Eppo Nieborg uit Kropswolde.

Jan Eppo Nieborg (1845 -1927) is gehuwd met Foktje Blaauw (1848 -1910). Het echtpaar heeft negen kinderen. Drie daarvan zijn jong overleden. Tot 1896 woont het gezin te Kropswolde, waarna ze naar Zuidlaren verhuizen. In 1901 verhuizen Jan Eppo met zijn gezin naar Schipborg en koopt hij de boerderij P61.

Foktje Blaauw overlijdt op 61-jarige leeftijd in 1910 te Schipborg. In 1913 gaan Jan Eppo Nieborg inwonen bij zijn dochter Hinderkien in Noordlaren. Hij overlijdt in 1927 in Midlaren. Hij laat na een “boerenbehuizing met schuur, bijschuur, stookhut, erf en tuin en enige percelen groenland, bouwland en bosgrond te Schipborg” (waaronder de percelen P61 en P62). Totale waarde fl. 9,995,83 (zou nu € 80.000 zijn). Zijn zoon Hinderikus neemt het bedrijf in 1913 over.

Hinderikus is geboren in 1888 in Kropswolde, Hij trouwt in 1913 met de in 1890 in Schipborg geboren Klaasje van Bergen. Klaasje is de dochter van Steven van Bergen en Jantien Oosting die dan eigenaar zijn van de naastgelegen boerderij P59 (thans Borgweg 35). Ze krijgen vijf kinderen. Het gezin woont en werkt tot 1929 in Schipborg. In dat jaar vertrekt het gezin en gaan ze in Esserveen (Borger) wonen. Hendrikus overlijdt in 1967 in Exloo, 78 jaar oud en Klaasje in 1973 in Coevorden, 82 jaar oud. 

In 1929 werd het bedrijf verkocht aan Hendrik Schuiling en Gerhard Schuiling. Zij zijn de eigenaren van de aan de overzijde van de Borgweg gelegen boerderij P66 (thans Borgweg 20). De boerderij wordt dezelfde dag weer verkocht aan Karst Nessing met 3 ha land en met 800 gulden winst. De broers Schuiling hadden belang bij dit land omdat twee zoons van Hendrik Schuiling boer wilden worden en dus uitbreiding nodig was. Niet duidelijk is waarom de boerderij direct weer verkocht is, maar waarschijnlijk hadden ze alleen belang bij het land (perceel P62) en was dit niet los te koop.

Karst Nessing is in 1874 geboren in Tynaarlo. Hij is in 1895 gehuwd met de in 1876 in Schipborg geboren Jechiena Boer. Ze hebben twee kinderen. Vanaf 1892 woont Karst al in Schipborg, daarvoor woonde hij in Zeegse.

De oude boerderij wordt in 1930 gesloopt. Vijftig meter naar het noorden is door Karst Nessing de huidige nieuwe boerderij gebouwd (Borgweg 31). 

pastedGraphic_1.png 

Karst Nessing overlijdt in 1949 in Schipborg. Zijn weduwe en haar vrijgezelle zoon Willem Nessing (Schipborg 1895) zijn daar blijven wonen. Jeiciena Boer overlijdt in 1954, 77 jaar oud. Na het overlijden van zoon Willem Nessing in 1948, zijn diens zus Aaltien Nessing (Schipborg 1902) en haar man Johannes de Vries (Tynaarlo 1893) met hun kinderen, Karst Jan en Grietje, op de boerderij gaan wonen. Aaltje Nessing is in 1973 overleden en Johannes de Vries in 1981.

pastedGraphic_2.png

De boerderij is daarna overgenomen door de erfgenamen van Johannes de Vries, zijn dochter Grietje de Vries en haar echtgenoot Hendrik Biemold. Na enige jaren zijn zij verhuisd naar Rolde, waar ze in 2014 (Hendrik) en 2018 (Grietje) zijn overleden.

Nu is de boerderij in bezit als tweede woning van de dochter van Hendrik Biemold, Aly Biemold en haar man Jan Minnema.

Ten opzichte van de oorspronkelijke boerderij is de in 1930 gebouwde boerderij kleiner en meer noordelijk gelegen. Daardoor is er ruimte ontstaan tussen de nieuwe boerderij en de boerderij Borgweg 35 (oorspronkelijk P59). Hier is eveneens rond 1930 een woning gebouwd. Zie daarvoor bij “Borgweg 33”.