Home

SCHIPBORG,
EEN VAN DE MOOISTE PLEKJES IN DRENTHE

Iedereen, of je nu inwoner bent van het dorp of de bezoeker, die komt wandelen of schilderen, noemt Schipborg en zijn directe omgeving prachtig om in te wonen of te recreëren. Dat dit niet van de laatste jaren is bewijzen de vele zomerhuisjes, die her en der in het dorp nog te vinden zijn. Toch heeft het dorp in de loop van de tijd veel aan schoonheid ingeboet. We worden nog steeds geboeid door de ligging van de Kymmelsberg en de ligging van de lage weilanden waar het Schipborgerdiepje door heen kronkelt.

Verdwenen zijn echter de oude karakteristieke hofsteden met hun omheiningen en de typische omwalling van de kleine stukken bouwland met beplantingen van laag dicht hout en opgaande eiken, de zogenaamde  Drentse wallen die het wild beschermden. Ook de uitgestrekte heidevelden zijn verdwenen, hoewel Staatsbosbeheer in de Strubben veel heeft gedaan om de oude heidevelden terug te laten keren. Eveneens is de langgerekte brink verdwenen die liep vanaf de huidige Ruiterweg tot en met het parkeerplaatsje tegenover de Kymmelsberg.
Alleen als je goed kijkt kun je hier en daar nog iets waarnemen van de oudheid. Feitelijk is Schipborg een modern forensendorp geworden.
Met deze website willen we zoveel mogelijk van het vroegere Schipborg laten zien en de veranderingen die hebben plaatsgevonden in de loop der jaren. Hebt u aanvullende informatie of verbeteringen, neem dan contact op met ons: info@schipborg.info

HISTORISCH PERSPECTIEF

1. Prehistorie

In Drenthe waren al in pre-historische tijden doorgaande wegen in de toenmalige bossen op de Hondsrug. Tussen Zuidlaren, Anloo en Eext wijst een lange rij grafheuvels en hunebedden, naast een al meer dan 6000 jaar oude bewoning, op de hoge ouderdom van dit wegenstelsel. In historische tijden ontstond hieruit de weg van de stad Groningen via Zuidlaren, Anloo en Eexst naar Coevorden. Bij Zuidlaren splitste zich in een parallelweg af via Schipborg en Rolde naar Coevorden. 

Langs wegen konden zich op gunstige plaatsen dorpen ontwikkelen. Schipborg lag op zo een gunstige plaats: aan de weg van Zuidlaren naar Rolde, niet te nat, niet te droog en de beschikbaarheid van goed bewerkbaar bouwland. Goede aansluiting op de tot daar bevaarbare Drentsche Aa zal zeker ook een rol hebben gespeeld.

2. Ontstaan 

Schipborg moet als dorpje in de vroege Middeleeuwen zijn ontstaan. Rond het jaar 900 waren er 6 boerderijen. Rond 1300 waren er 10, een aantal dat tot 1900 niet meer is veranderd. Het inwoneraantal lag gedurende deze hele periode vermoedelijk niet boven de 80. Schipborg was vanaf het ontstaan een onderdeel van het ‘kerspel’ (kerkgemeente) Anloo. Kerkwegen, zandpaden waarlangs de kerkgangers zich naar de kerk konden begeven, verbonden de dorpen in het kerspel met het kerkdorp Anloo. Schipborg lag hierbij op een vijfsprong van wegen: naar Zuidlaren, Rolde, Zeegse, Anloo en Annen. Van oudsher was daarbij tevens sprake van een brug over de Drentsche Aa, op de weg naar Zeegse en Norg.

In 1815 ging het kerspel Anloo met dezelfde grenzen over in de gemeente Anloo. Eerst bij de gemeentelijke herindeling van 1998 werden de Middeleeuwse kerspelgrenzen verlaten en kwam Schipborg, met de rest van de gemeente Anloo, onder de gemeente Aa en Hunze. 

3. Naamgeving

Oorspronkelijk had Schipborg de naam ‘Borck’ of ‘Borch’, hetgeen wijst op de aanwezigheid van een versterkte boerderij. Later wordt de naam ‘Geuneborch’ gebruikt, nog in 1634 terug te vinden op een door Cornelis Pijnacker getekende kaart van Drenthe. Dit mogelijk ter onderscheid van wat op diezelfde kaart Westerborg wordt genoemd, het huidige Westerbork. De naam ‘Schipborch’ treft men eerst een tiental jaren later aan, waarschijnlijk verwijzend naar de toenmalige scheepvaart vanuit Schipborg, voornamelijk in het winterseizoen, vanaf een haventerreintje bij de Kymmelsberg aan de zuidzijde van de brink, op Groningen. De Drentsche Aa bij Schipborg, nu bekend staand als het ‘Schipborgse Diep’, heette uiteraard oorspronkelijk ook ‘Borcksche Diep’. De huidige hoofdweg door Schipborg heen heeft vanuit de historie nog steeds de naam ‘Borgweg’ gekregen.

4. Cultuurlandschap

Schipborg ligt op de overgang van de hogere zandgronden van de Hondsrug naar het beekdal van het Schipborgse Diep. Het dorp heeft zich in de loop van de tijd, na het verdwijnen van de oorspronkelijke bebossing in de Middeleeuwen, ontwikkeld tot een ‘klassiek’ Drents esdorp met brink en es. In het dorp lagen de boerderijen. Aan de westkant van de doorgaande weg lag een langgerekte brink voor gemeenschappelijk

gebruik, zoals het tijdelijk stallen van vee. Wat hoger gelegen was de es, met daarop het bouwland, omringd door houtwallen om het vee buiten te houden. Op de es werd het bouwland gedurende de laatste paar honderd jaar opgehoogd met heideplaggen vermengd met schapenmest, waardoor het geleidelijk aan ging opbollen boven de directe omgeving. In het lintvormige beekdal lagen de hooi- en weilanden, met daartussen sloten en houtwallen als afscheiding. De rest van het dorpsgebied bestond uit heide, waarop schapen werden geweid, alsmede ‘holten'(droge bossen van eiken en berken) en ‘wolden'(natte bossen van elzen en wilgen). 

Als zich op de doorgaande zandwegen teveel kuilen en plassen vormden, dan reden de voerlieden eenvoudig naast de weg verder. Daardoor ontstonden in de loop van de eeuwen in het landschap, ook in de omgeving van Schipborg, brede zones met karrensporen. 

Aan het Schipborgse Diep kwam omstreeks 1700 zelfs een ‘standmatig’ buitenhuis, met boomgaard, moestuin, visvijvers en aanlegsteiger. Deftige families hadden hier hun zomerverblijf. Omdat het op een verhoging in het landschap lag, had het buitenhuis een prachtig uitzicht over het beekdal, tot aan de bossen bij Zeegse. In de 19e eeuw raakte het geheel in verval. In de grond achtergebleven restanten van de kelders en een eeuwenoude beuk aan de rand van het beekdal (ter hoogte van Borgweg 30) is alles wat er nog van kan worden teruggevonden. 

Halverwege de 19e eeuw bestond het grootste deel van het Drentse cultuurlandschap uit door schapenteelt gevomde en in stand gehouden onafzienbare heidevelden en door overbeweiding ontstane zandverstuivingen. Van grote afstanden zichtbare kerktorens van kerkdorpen vormde in die zee de orientatiepunten voor reizigers.

5. Schapenhouderij

Met het in de 20e eeuw beschikbaar komen van kunstmest verdween de behoefte aan schapenmest en daarmee de behoefte aan het houden van schapen op de heide. Veel woeste gronden werden omgezet in waardevoller geacht bouwland of productiebos, zoals het Kniphorstbos tussen

Anloo en Schipborg. In het kielzog van het verdwijnen van de schapenhouderij verdween ook de langgerekte brink uit Schipborg. Een restant ervan aan de zuidzijde werd in de vijftiger jaren nog overgenomen door de gemeente.

6. Herbebossing 

Waar in de 19e eeuw rond Schipborg vooral heide en zandverstuivingen waren, met wijde uitzichten in alle richtingen, ontstond in de 20e eeuw een terugkeer naar een veel geslotener landschap, met bossen, weiden en bouwland. Zelfs de in 1914 gereed modelboerderij ‘De Schipborg’, is in de negentiger jaren beplant met een (CO2-)bos. Dat heeft, ondanks de milieuvriendelijke achtergrond daarvan, de openheid van het landschap uiteraard verder verminderd. De beroemde karrensporen in het landschap zijn in de bossen langs de oude weg naar Rolde alleen nog maar door kenners te vinden. Voor de grote zandverstuiving aan de westkant van Schipborg moet je tegenwoordig goed tussen de bomen zoeken. Het aanliggende moeras met vennetjes is al geheel door bos aan het gezicht onttrokken.

7. Een boerendorp

Schipborg is tot ver in de 20e eeuw een boerendorp gebleven, met een sterke orientatie op Zuidlaren. Met het graven van kanalen in de 19e eeuw was de scheepvaart vanuit Schipborg op Groningen uit de 17e en 18e eeuw toen allang verdwenen. Door de grote ontginningen uit het begin van de 20e eeuw werd het boerenkarakter van Schipborg aanvankelijk nog versterkt. In de tweede helft van de 20e eeuw trad echter onder invloed van de globalisering van de landbouw een sterke omslag op. Ruilverkaveling en schaalvergroting, gekoppeld aan een sterke uitbreiding van het wegennet, leidde tot grote veranderingen in het cultuurlandschap. Afgeronde esbegrenzingen werden rechtgetrokken, restanten van strubben (laag bos waarin door schapenvraat kromgegroeide eikenstruiken overheersen) werden vervangen door bos. Het stroomgebied van de Drentsche Aa werd in de zestiger jaren gedeeltelijk gekanaliseerd, waarbij een belangrijk deel van het water uit het Deurzerdiep, via het verdeelwerk bij Loon, werd afgeleid naar het Noordwillemskanaal. Aan Schipborg zijn dan nog veel veranderingen voorbijgegaan. Over een vrij groot gebied bleef hier bijvoorbeeld de op veel andere plaatsen verloren gegane overgang van strubben naar heide tot op heden nog enigermate behouden.

8. Recreatie

In de loop van de 20e eeuw begonnen diverse boerenbedrijven, reagerend op een toenemend aantal vakantiegangers, over te schakelen op recreatieve activiteiten. Aan de Borgweg, iets ten noorden van de dorpskern kwam in de twintiger jaren het Café Restaurant ‘De Heidebloem’. Daarachter ontstond een kampeergebied ‘Mooi Schipborg’. Aan de Zeegserweg kwam een ander kampergebied tot ontwikkeling, nu bekend staand als ‘De Vledders’. Vlak achter ‘De Heidebloem onstond een kampeergebied, dat geleidelijk aan bebouwd is geraakt met al dan niet permanent bewoonde vakantiebungalows. Binnen de oude dorpskern werd een boerderij omgebouwd tot ‘Kampeerboerderij De Borg’, met verhuur van kano’s en huifkarren. Aan het begin van de Ruiterweg, aan de ‘Ruiterkolk’ in het Schipborgse Diep (in deze kolk moet in vroeger tijden een ruiter zijn verdronken), is enige tijd een zwembad ‘Evenhuis’ gevestigd geweest.

9. Van boerendorp naar woondorp

In de vijftiger jaren werd de oude dorpskern van Schipborg uitgebreid met een woonhuizen, gevolgd door uitbreidingen aan de Ruiterweg en de Heidesteeg. De bevolkingstoename maakte in 1957 de bouw van een school, ‘De Waterburcht’, mogelijk. Kinderen hoefden nu niet meer naar scholen in Anloo of Zuidlaren. Aan het begin van de tachtiger jaren brandde Café Restaurant ‘De Heidebloem’ af. Ter plaatse van het afgebrande café vond een verdere uitbreiding met woonhuizen plaats, onderdeel van een groot nieuwbouwproject op voormalig bouwland tussen het oude Schipborg en de in het midden van de 20e eeuw gereedgekomen provinciale weg N34. Het sportveld van ‘De Waterburcht’, omringd met bomen, voorzien van speeltoestellen en grenzend aan een tennispark, vormt hier een soort nieuwe dorpsbrink. In dit nieuwe Schipborg woont meer dan 60% van de thans 660 inwoners van Schipborg.

Voorzieningen in Schipborg uit het midden van de 20e eeuw, zoals een rijdende kruidenier en een bakker aan de Ruiterweg, zijn met de opkomst van supermarkten verdwenen. Daarvoor zijn de Schipborgers weer op Zuidlaren aangewezen. Sedert het afbranden van ‘De Heidebloem’ beschikt Schipborg alleen nog maar over het eigen Cafe Restaurant ‘De Drentsche Aa’ aan het eind van de Ruiterweg. Daarnaast beschikt Schipborg nog over een ‘Dorpshuis’, met aangrenzend de kantine van de tennisvereniging.

10. Ontwikkeling dorpsvisie

Door de ontwikkelingen van de afgelopen 100 jaar is in Schipborg, net als veel andere dorpen in Drenthe, de boerenstand min of meer uit het beeld verdwenen. Van een ‘klassiek’ Drents boerendorp is Schipborg een woondorp geworden, met een voor de bewoners zeer vriendelijke en rustige sfeer. Behoud van die sfeer vraagt een gemeenschappelijke dorpsvisie op leefbaarheid, werkgelegenheid en landschap. Een visie passend binnen de uitgangspunten van het Nationaal Beek- en Esdorpenlandschap ‘Drentsche Aa’, waarvan Schipborg deel uitmaakt.