Borgweg 20a

BorgwegEswegHeidesteegHolle DriftRandweg
RuiterwegSchapendriftStrubbenwegZeegserweg
Even nummers BorgwegOneven nummers Borgweg
24681012141618201357911131515a17
22242628303234363840192123 252727A27B27C2931
424446485052545658603335373941434547

Pagina 2.                                                      Terug naar pagina 1

Achtergrondinformatie over geschiedenis van perceel Borgweg 20.

pastedGraphic.png

Deze boerderij (op de tekening hierboven nr. 66) omvat sinds ver voor 1700 niet alleen een boerenbedrijfje (keuter) maar ook een herberg en een brouwerij. Een ideale plek daarvoor, gelegen langs de Borgweg die vroeger deel uitmaakte van de belangrijke wegverbinding van Groningen naar Coevorden. 

De oudst bekende bewoner van de boerderij annex herberg is Harm Freriks Julsinge. Harm is geboren in 1698 in Eext. In 1727 trouwt hij met Jantje Karst Hilbrants. In 1753 en 1764 wordt Harm Julsinge in het Haardstedenregister Schipborg vermeld als “keuter en herbergier”. Eén van de kinderen van Harm en Jantje is Hindrikje Harms Julsinge. 

Hindrikje trouwt in 1754 met Gerrit Suring. Het lijkt er op dat Gerrit na het huwelijk de boerderij/herberg overneemt, want in 1774 is hij in het haardstedenregister onder Schipborg vermeld als herbergier annex keuter. Uit het huwelijk zijn twee dochters bekend, die respectievelijk is 1756 en 1761 in Schipborg worden geboren. In 1769 biedt Gerrit de boerderij te koop aan. Hij wordt omschreven als “een huis, waarin in vele jaren met goed succes herberg is gehouden, voorzien van twee ruime vertrekken, twee kleine kamertjes, kelder en achterhuis en een schuur waarin ruime stalling voor paarden, benevens een brouwhuis en deszelfs gereedschap, twee grote hoven, twee mudden en een schepel hooiland”. 

Het lijkt er op dat de verkoop niet is doorgegaan, want in 1774 verschijnt weer een advertentie in de krant waarin een openbare verkoop wordt aangekondigd ten huize van G. Suring te Schipborg. Het was in die tijd gebruikelijk dat de notaris de openbare verkopen organiseerde in een lokale herberg.

Pas rond 1790 wordt de boerderij overgenomen. En wel door de 1755 in Bonnen geboren Bareld Dekens. Hij is getrouwd met Harmtien Jans uit Gasselte. Ze krijgen drie kinderen. Bareld is niet alleen landbouwer, hij zet ook de herberg voort. In aktes wordt hij als boer en kastelein omschreven. Bareld overlijdt in 1821 te Schipborg. Hij laat na een huis, hof en schuur, 23 percelen bouw-, akker- en heideland en een aandeel in de markten van Schipborg.

De zoon van Bareld Dekens, Jan Dekens, geboren in 1788 te Dalen, erft de boerderij en de 20,5 hectare land. De boer/kastelein Jan Dekens blijft ongehuwd. Omstreeks 1840 verlaat hij de boerderij en gaat in Zuidlaren wonen. Zijn zus Fennechien, getrouwd met de landbouwer Klaas Hamming, gaat, nadat zij in 1847 weduwe is geworden, bij Jan in Zuidlaren inwonen. Overigens is de andere zus, Roelfien Dekens, in 1817 getrouwd met Geert Tonnis Rebbers, de zetboer van de hoeve bij het landgoed “Rustlust” (zie Borgweg 30).

pastedGraphic_1.png

Foto van de boerderij uit 1932.

In 1844 wordt de boerderij via Jan Timmer, koopman uit Zuidlaren, verkocht aan Jans Oldenwening. Jans is geboren in 1778 in Zweelo. In 1835 is hij gehuwd met zijn tweede echtgenote Grietien Eleveld. Uit zijn eerste huwelijk met Geessien Harders zijn drie kinderen geboren. Op 46-jarige leeftijd overleed Geessien in 1834 in Rolde. Uit het tweede huwelijk wordt nog een dochter geboren in 1835. Zij tweede vrouw overlijdt kort nadat ze naar Schipborg zijn verhuisd in 1844 op 38-jarige leeftijd.

De aankoop omvat circa 20,10 hectare land en een boerderij. Tijdens de markescheiding kwam hij ook in het bezit van nog ca 20 ha heideland. Dit lag aan de weg naar Anloo ten hoogte ongeveer van de latere boerderij van Kröller-Müller. Daarbij kwamen ze ook in het bezit van de daar liggende hunebed. Dit werd door hen in 1871 geschonken aan de provincie Drenthe.

Jans Oldenwening woonde voor de aankoop van de boerderij in Schoonloo. Hij heeft de boerderij eerst gepacht. Van zijn nieuwe bezit heeft hij maar kort kunnen genieten, want hij overleed in 1847 op 68-jarige leeftijd. Het bezit wordt geërfd door zijn drie kinderen Jantien, Hendrik en Grietje. De jongste dochter Roelfien is een jaar eerder op 10-jarige leeftijd overleden.

Jantien Oldenwening (geboren 1825 in Zweelo) is in 1846 gehuwd met de uit Tynaarlo afkomstige Willem Jans Stenveld. Willem is daar in 1813 geboren en afkomstig uit een boeren familie. Na het overlijden van zijn schoonvader heeft Willem het bedrijf voortgezet. Het echtpaar krijgt in Schipborg drie kinderen. In 1855 keert het gezin weer terug naar Tynaarlo. De ouders van Willem zijn dan al overleden en hebben in Tynaarlo een groot boerenbedrijf nagelaten (boerderij en ruim 70 percelen land). Het gezin keert terug naar de ouderlijke woning van Willem in Tynaarlo.

Op de boerderij in Schipborg (vermoedelijk ook nog steeds een herberg) wonen dan nog Hendrik Oldenwening (die vrijgezel is gebleven) en Grietje Oldenwening. In 1862 trouwt Grietje met de uit Gasteren afkomstige landbouwer Hendrik Lunshof. Zij gaan na hun huwelijk in de boerderij in Schipborg wonen en krijgen twee kinderen, Geesje (of Geessien) en Lute. Lute wordt maar 2 jaar oud en overlijdt in 1867.

In 1881 trouwt dochter Geessien met de landbouwer Albert Schuiling uit Annen. Zij gaan na hun huwelijk wonen in de boerderij/herberg te Schipborg. Ze krijgen drie kinderen, Hendrik (1882), Jan (1885) en Gerhard (1890). 

In 1886 overlijdt Hendrik Oldenwening en wordt de boerderij/herberg alleen nog door Albert Schuiling en zijn vrouw Geessien gerund. 

In 1896 werd de oude boerderij, die met het woongedeelte richting het noorden stond, afgebroken en herbouwd. Nu met het woongedeelte richting zuiden. Later werd de schapenschuur vervangen door een grote kapschuur. Net als de oude boerderij was deze nieuwe boerderij een caféboerderij. De voorkamer was ingericht als café. Dit wordt ook duidelijk door een krantenadvertentie uit 1898 waarin staat dat “in de herberg van A. Schuiling te Schipborg” onroerende goederen te koop worden aangeboden. 

pastedGraphic_2.png

Voor in de boerderij zat een grote baander. Zo konden koetsen en andere voertuigen naar binnen worden gereden en konden de paarden tijdelijk worden gestald.
Aan de zijmuur zaten ringen waar het vee of paarden vastgezet konden worden.

In 1906 trouwt zoon Hendrik Schuiling met de uit Gasteren afkomstige Hinderkien Meursing. In 1907, na de geboorte van hun eerste kind, Albert Schuiling, verhuizen ze naar Annen, waar ze een boerderij hebben gebouwd aan de Spijkerboorse dijk. In Annen krijgen ze nog twee kinderen, Thie en Gezienus. 

Volgens traditie neemt de oudste zoon (Hendrik) het bedrijf van zijn vader over. In dit geval heeft Hendrik eerst een bedrijf opgezet in Annen. Omstreeks 1912 keert hij met zijn gezin weer terug naar Schipborg. Daar krijgen ze nog twee kinderen (Hendrik en Geesje). Mogelijk hebben ze daar tot 1928 niet in deze boerderij, maar elders gewoond.

In 1913 trouwt zoon Jan Schuiling met de in Rolde geboren Wubbigien Niemeijer. Ze gaan aanvankelijk in de boerderij in Schipborg wonen en krijgen daar in 1914 zoon, Albert. In 1917 verhuist Jan met zijn gezin naar Hooghalen en later naar Deurze, waar hij landbouwer is. 

Zoon Gerhard Schuiling trouwt in 1917 met de in Bonnen geboren Hinderkien Meursing. Ze gaan ook aanvankelijk in de boerderij in Schipborg wonen. Gerhard wordt tijdelijk de hoofdbewoner. 

Ten zuiden van de boerderij werd in 1917, ten tijde van het huwelijk van Gerhard en Hinderkien, een renteniershuis gebouwd, waar  Albert Schuiling en Geessien Lunshof gaan wonen tot hun overlijden (respectievelijk 1941 en 1932). (Zie verder bij Borgweg 22).