Borgweg 30b

BorgwegEswegHeidesteegHolle DriftRandweg
RuiterwegSchapendriftStrubbenwegZeegserweg
Even nummers BorgwegOneven nummers Borgweg
24681012141618201357911131515a17
22242628303234363840192123 252727A27B27C2931
424446485052545658603335373941434547

Pagina 1                                                              Pagina 2

Achtergrondinformatie over geschiedenis van perceel Borgweg 30.

Het bij de letter A ingetekende gebouw is een buitenplaats die rond 1690 is gebouwd met materialen van verschillende slecht florerende domeinen in Schipborg, die aangekocht waren door Wolter Sichterman en Samuel Nijsingh (ontvanger en secretaris van “De Landschap Drenthe”). Rond 1700 komt de buitenplaats in handen van de zoon van Wolter Sichterman, Johan Sichterman. Johan Sichterman was rentmeester van Assen en Lid van Gedeputeerde Staten. Bovendien was hij ook eigenaar van het Huis Overcinge in Havelte. Hij woont niet in Schipborg, maar samen met zijn vrouw Johanna Isbrandts in het ontvangershuis te Assen. Hoewel zij na de dood van haar man in 1714 het Huis Overcinge erft, verhuist ze naar in 1715 naar Schipborg en verkoopt het huis in Havelte. Tot haar dood in 1725 woont ze samen met haar nicht Anna Helena Emmius op de buitenplaats in Schipborg. 

Het huis komt daarna door vererving in handen van Engelina Elisabeth Sichterman, die er echter niet gaat wonen. Het wordt verhuurd aan familie Struuck (overste Lijphart Engelbert Struuck, zijn zus Agnes Constance Struuck en zijn nicht Johanna Angenis Struuk). Rond 1750 worden de baron Daniël Herman Tsjassens en zijn vrouw Anna Engelina Geertruid Ellents eigenaar van het gebouw. Anna was en achternicht van de huisbaas. Zij verlaten het huis weer in 1759 met medeneming van diverse goederen. Het gebouw was toen sterk verwaarloosd en werd waarschijnlijk maar enkele maanden per jaar bewoond. 

Bewoners volgen elkaar daarna in rap tempo op; blijkbaar viel het tegen een dergelijk groot gebouw te onderhouden. Zo wordt het huis in 1763 weer te huur aangeboden. Het wordt in de advertentie dan omschreven als “een huis, voorzien van drie boven- en drie benedenkamers, keuken en stalling voor vier paarden, met annex een hoeve met recht op vrije visserij op het Schipborgse Diep”. 

In 1766 werd het huis gekocht door luitenant Nicolaus van Velsen en zijn vrouw Martina Bos. Deze verkoopt de buitenplaats 1779 voor fl. 6.000 aan mr. Jan Wichers. Jan was tot dan Raad van Justitie te Batavia. Hij trouwde daar met Petronella Maria Horeman. Petronella overleed tijdens de zeven maanden durende scheepsreis van Batavia naar Nederland. Waarschijnlijk als herinnering aan de lange zeereizen, noemde Jan Wichers het buiten “Zeerust”. In 1782 hertrouwt Jan met de Groningse regentendochter Roelina Jullens. Zij geeft er niets om om in Schipborg te wonen, wat voor Jan Wichers reden is het buitengoed in 1782 van de hand te doen. Het moet echter nog een paar keer worden aangeboden alvorens het daadwerkelijk voor fl. 5.000 wordt verkocht.

Kennelijk is de buitenplaats in die jaren uitgebreid en opgeknapt, want in 1784 staat het te koop onder de volgende beschrijving: “Te koop een aangename en vermakelijke buitenplaats , genaamd “Zeerust”, gelegen tot Schipborg in de Landschap Drenthe, zijnde drie uur van Groningen. Bestaande in een herenbehuizing, voorzien met vijf kamers, een ruime keuken met zijn commoditeiten, twee kelders, grote zolders, koetshuis en stallingen voor vier paarden en drie beesten. Benevens een nieuw aangetimmerde turf- en houtschuur en een spatieus hof met allerhande fijne vruchtdragende bomen en twee moeshoven, een groot klaverkamp en een wintertuin, drie aangename visrijke vijvers en een vermakelijke steiger aan en op het Hoornsche Diep, lopende bijlangs het hoof naar Groningen. Alsmede een ruime boerenwoning met zijn bouw-, hooi- en weilanden, stallingen voor paarden en beesten, doende jaarlijks tot huur 110 gulden vrij geld en een beest ter weide, alles met het volle recht tot jacht door het gehele Landschap Drenthe en het vissen in de uitgestrektheid van Schipborg en verdere gerechtigheden. Kunnende hetzelfde door de gegadigden dagelijks in ogenschijn worden genomen en inmiddels nader onderrichting te bekomen dij de beurtschipper P. Ellens”.

Op bovenstaande kadastrale kaart is de buitenplaats te zien (A) en de aangebouwde boerenhoeve (B). Ook staan de genoemde visvijvers ingetekend (C).

De buitenplaats werd toen (1784) gekocht door de stad-Groninger burger Adde (Elzes) Jans. Het is niet duidelijk waarom, maar al na enkele maanden verkoopt hij het goed weer voor fl. 5.000 aan de stadjer Jan van Delden. Ook deze verkoop het gebouw al weer na enkele jaren aan de koopman Jacob van Calcar. Deze verkoopt de buitenplaats “Zeelust” in 1788 al weer. Het huis komt vervolgens in eigendom van de Groninger Theodorus Godefridus Entrup. Theodorus is in 1747 in Groningen geboren. In 1770 trouwde hij met de in 1751 geboren Johanna Engelenburg. Theorous Entrup was rond 1770 vaandrig in het Burgerregiment Groningen. Daarna was hij, tot zijn overlijden in 1820 directeur der Posterijen. De naam van het buiten wordt gewijzigd in “het landgoed Rustlust”.

Op 14 september 1796 wordt het landgoed door Theodorus Entrup verkocht aan de Groninger Pieter Roelfzema en zijn echtgenote Albarta ten Oever. Pieter Roelfzema was toen luitenant van het Burgerlijk Regiment van Groningen. Hij is geboren in 1745 en in 1789 gehuwd met de veel jongere Albarta (geboren in 1772). Albarta was landschapsschilderes. Van haar zijn diverse werken bekend, o.a. het  tafereel van de aankomst van een koets in Schipborg.

Van 1819 tot 1824 is Pieter Roelfzema burgemeester van Groningen (één van de vier, want de Stad had in die periode vier burgemeesters tegelijk). Daarna werd hij wethouder, tot zijn overlijden in oktober 1826.

Iets meer dan een jaar na het overlijden van Pieter, in november 1827, trouwde Albarta ten Oever met Rijndert Berends Bakker. Rijndert is in 1770 geboren in het Duitse Emden en zoon van een negotiant (handelaar), die kennelijk zoveel verdiende dat zijn zoon zonder werk als rentenier door het leven kon gaan. Daarbij zal mogelijk het vermogen waarover Albarta beschikte (als dochter van een welvarende houthandelaar) ook geholpen hebben. Het landgoed Rustlust is door Albarta ten Oever geërfd, maar vervolgens op naam gesteld van haar man Rijndert Berends Bakker, want in het kadaster van 1832 staat o.a. perceel 103 op naam van B. Bakker.

Het bezit in Schipborg van Albarta en Rijndert bestond overigens niet alleen uit de bebouwing op perceel nr. 103. Zo waren zij ook eigenaar van de percelen 26 (weiland), 44 en 83 (bouwland), 89 t/m 93 (weiland), 94 (bos), 95 (boomgaard), 96 t/m 98 (vijver en tuin), 99 (hooiland), 100 (bos), 101 (tuin), 102 (boomgaard), 104 (bos), 119 , 121, 122, 132, 135, 148, 154, 161, 165, 172, 188, 195, 200, 201, 203, 204, 209, 214, 221 (bouwland), 241 (struwelen), 242 (weiland), 249, 250, 253 en 254 (weiland).

Op 24 juli 1821 is de buitenplaats door hooibroei afgebrand. Roelfzema heeft de boerderij weer opgebouwd. 

De buitenplaats bestaat uit een “herenbehuizing” en een aangebouwde boerenhoeve. Daar woont de zetboer, die verantwoordelijk is voor het boerenbedijf. De vroegst bekende zetboer is in 1804 Geert Tonnis Rebbers. Hij wordt ook genoemd in het haardstedenregister van 1804 als boer. En wel als 4 paards boer. 

Geert Rebbers is geboren in 1788 in Witten (Assen). In 1813 trouwt hij met de uit Zuidaren afkomstige Hindrikje Wuffing. In 1814 krijgen ze een zoon, Willem. In 1815 overlijdt Hindrikje. In 1817 trouwt Geert Rebbers opnieuw, nu met de in Schipborg geboren Roelfien Dekens. Uit dit huwelijk worden vijf kinderen geboren.

In oktober 1837 wordt de buitenplaats Rustlust door Rijndert Berends Bakker en Albarta ten Oever verkocht. Mogelijk zijn de gebouwen na de brand van 1821 niet meer in de oorspronkelijke omvang herbouwd. Bij de verkoop wordt maar een korte beschrijving gegeven en opmerkelijk is de vermelding dat “alles geschikt is tot een of andere fabriek”.

Aanvankelijk wordt het onroerend goed in 1838 gekocht door de Zuidlarense timmerman Albert Sikkens, maar deze verkoopt het weer snel door, deels aan de eerder genoemde zetboer Geert Tonnis Rebbers en deels aan de landbouwer Jannes Reinders Eisinga. Bovendien is een aantal percelen apart verkocht door de laatste eigenaar Rijndert Berends Bakker.

Jannes Reinders Eisinga is in 1813 in Peize geboren. In 1842 trouwt hij met de in Vries geboren Albertien Boelens. Ze krijgen vier kinderen. 

In 1842 is het perceel P103 in tweeën gesplitst. Geert Rebbers is in de boerderij (voormalige buitenplaats) gaan wonen (dan kadastraal P270) en Jannes Eisinga is in de schuur gaan wonen, welke achter de boerderij stond en is ingericht als woning (dan kadastraal P271). Eisinga’s vrouw, Albertien Boelens, wordt maar 43 jaar oud en overlijdt in 1858. Jannes Eisinga overlijdt in 1872 op 59-jarige leeftijd. De kinderen erven het huis en erf alsmede een groot aantal percelen grond in Schipborg. 

Dochter Trientien Eisinga trouwt in 1867 met Hendrik Klinkhamer. Hendrik is in 1843 in Schipborg geboren. Zij blijven in Schipborg wonen, terwijl de andere kinderen naar elders vertrekken en waarschijnlijk hun geërfde bezittingen in Schipborg hebben verkocht. Mogelijk dat Hendrik Klinkhamer na het overlijden van zijn schoonvader nog in Schipborg is blijven boeren. Trientien Eisinga overlijdt echter al op 32-jarige leeftijd in 1877. Hendrik trouwt daarna in 1881 opnieuw en gaat vervolgens in Zuidlaren wonen. Waarmee de Eisinga’s in Schipborg weer uit beeld zijn. 

Geert Rebbers overlijdt in 1864, 76 jaar oud. Zijn zoon Bareld Rebbers volgt hem op. Bareld is geboren in 1819 in Schipborg. In 1855 trouwt hij met de eveneens in Schipborg geboren Fraukien van Bergen. Ze krijgen maar één zoon, Geert Rebbers, geboren in 1856. Geert volgt zijn vader niet op, maar wordt timmerman en gaat in Zuidlaren wonen. De boerderij blijft nog tot 1893 in bezit van de weduwe Bareld Rebbers, maar wanneer zij, Fraukien van Bergen, in dat jaar overlijdt worden de bezittingen verkocht aan Willem Warner Boer.

Willem Warner Boer is in 1853 in Borger geboren. In 1850 trouwt hij met de in Schipborg geboren Klaassien van Bergen. Ze krijgen vijf kinderen, waarvan er twee jong overlijden. Willem Warner Boer wordt maar 40 jaar oud en overlijdt in 1894. De oudste zoon Warner trouwt in 1910 en gaat daarna wonen in Eelde. De tweede zoon, Berend Boer, geboren in 1884, neemt de zaak over en wordt na het overlijden van zijn moeder 1930 eigenaar. In 1911 wordt boerderij (schuur) gesloopt en herbouwd in 1916.

Berend Boer is maar enkele jaren boer geweest. Hij is in 1922 gaan rentenieren en verpacht het bedrijf vervolgens. Pachter werd  Gerhardus Haitsma. Gerhardus is in 1893 in Groningen geboren. In 1919 trouwt hij met Engelina Bazuin. Dat huwelijk mag echter maar kort duren, want zij overlijdt in 1927, 30 jaar oud. Gerhardus trouwt vervolgens in 1928 met de weduwe Trientje Geertruida Nanninga, geboren in 1895 in Briltil. De boerderij gaat inmiddels ook in eigendom over naar Gerhardus Haitsma. Zij zijn daar boer geweest tot ca 1955, waarna hun schoonzoon Harm van Rein, getrouwd met dochter Aaltje Imke Haitsma (geboren 1928 in Schipborg) de zaak overneemt. Gerhardus en Trientje bouwen een rentenierswoning langs de Borgweg (nu nummer 28, bewoond door Gosse en Ineke Dam) waar ze vervolgens gaan wonen. Harm blijft nog tot 1976 boer daar, waarna ze naar Groningen verhuizen.

De boerderij wordt verkocht aan de familie Prummel, die de oude opstallen sloopt en er een nieuwe woonboerderij bouwt.