Bijlagen

Bijlage 1 – Oude Maatvoering in Drenthe
Bijlage 2 – Een erfenisverdeling in 1695
Bijlage 3 – Willekeur november 1332
Bijlage 4 – Koopcontract
Bijlage 5 – Acte van Overdracht
Bijlage 6
Bijlage 7
Bijlage 8
Bijlage 9
Bijlage 10
Bijlage 11 – Haardstedenregister

BIJLAGE 1

BIJLAGE 2

een erfenisverdeling in 1695

Een contract over de verdeling van verkregen bezittingen tussen de familie Sichterman en Ellents in Schipborg.

Johan Sichterman Onijánger-Generaal der Landtschap Drenthe ter eene, en Anna Geertruida Sichterman weduwe wijlen D,Heer Onijánger Ellents, geadsisteert met haar neef d,Heer Phil. Struick haren in desen gecosen momber, ter ander zijden, resertive gebroeder en suster, bekennen ende belijen voor ons en voor onse erfgenamen. Dat wij an malcanderen verruilt en verwisselt hebben, soals wij verruilen ende verwisselen bij desen, de hiervolgende Erven en goederen: in deser voegen.

Dat ondergeefs onijánger iedere en eigendomlijck overdrage an voors mijn suster een geregte vierdepart van de twee fraterhuis Erven met de Heer secretaris Nijsingh mandelich hebbende,

dan nog de geregte vierendeel in de twee Hiddingr Erven, jongste bij mij onijanger van de wed: Schultinne van Beijlen angecoft. Daarentegen ondergef. Wed. Ellents an voors mijn broeder wederom iedere, ende van nu af overdragen een geregte vierdepart in Luirts Erve tot Holthe, boven sodane vierde portie. Als den selven , daer in bereits was competernde ende van suster Kijmmels an sich hadden becomen, belovende daerenbovens an sijn weled. te sullen vergoeden, sodaene coopschatspenningen, als deselve tot inkoop van de voors fraterhuis en Hiddinge Erven, seamen tot Schipbork gelegen, betaelt heeft of noch soude moeten betalen , namentlijck nae proportie van het aandeel, soo in de voors Erven come te genieten, daer van sal werden gereduceert de somma van twaalfhondert guldens bij de voors mijn broeder voor de vierde part in Luirts Erve tot Holthe te betalen belooft, sullende dan voorts de vruchten en lasten van het ene en ander verruilt goedt van mei jan komp stich ten wederzijden geprofiteert ende gedragen werden, ende daer met het sijne vermagh te doen, sondr dat de eene of de ander op het voors verruilde goedt yiets pretendert, of het minste recht van eigendom gedenckt te reserveren,.

Des ten oirconde sijn hier van twie alleensluidende contracten opgericht, ende ten wederzijden neffens de momber verteichent.

Actum Anloo den 8 april 1695

 Gelt ontfjangen    357-15-0
                                                               2200-0-0
Comt mij toe                                       592-0-0
Assen 11 juny 1695

Onderget. sijn op heden den 14-6-1696 met malkanderen nader verdragen dat ik weduwe Ellents van meij 1697 met dienstigheiten en lasten zal overnemen, en eigendoomlick behouden de gerechte haligheit in de beide Fraterplaetsen, ende ick onij: Sichterman de gehele Hiddinghe plaets, mede met lusten en lasten in voeger deselve an ons, bij accort en scheidinge den 11 april 1696 met de gewesen cornet Hiddinge gehouden, was toegevallen, hebbende den een en andere vergoedinge gedaen, van het gene het … goet meerder als het een en andere gecost hadden. Tot wederzijds vollenkomen en keuzement en genoegen.

Actum via suppra 1696.

J. Sichterman Anna Geertruida Sichterman

Weduwe Ellents.

BIJLAGE 2

BIJLAGE 3

Willekeur21 November 1332.

De (buren) van Schipborg en de (buren) van Zuidlaren – Overeenkomst in een geschil over de grens tussen de terreinen waar de buurtschappen strooisel mogen verzamelen en maaien en hun koeien mogen drijven a).

Afschriften. Archief marke Schipborg nr. 1.

A Copia Copiae

lck Engelbart van Enss Conincklijker Hayesteyt raedt, droste toe Covorden ende tslants vann Drente van wegen Conincklijcke yesteytt, doe kundt ende certificere vormitz desen openen versegelden, dat ick hebbe ghesyen, inn mynen handen ghehadt ende gelesen enen Latijnschen bryeff ungecanceleert, myt twe hangende zegelen, luydende van woert tho woert als nha beschreven; under de darde lisse gebrack dat zegel.

Volghet de oversettinge des olden vorss. Latijnschen bryeff.

Diderich, Rodolphi unde Frederich, pastoers der kerck-en tho Anloe, Zuydtlaren ende Noortlaren, alle degene so,Jal nu tegenwoerdich als de nacomeling de desen syen weerden, wnschen wy zalicheit ende de waerheit t’ erkennen; updat de dyngen de in der tydt ge-schyen nicht mit der tydt tgelyck undergaen, so hebben de vorss. kerckregenten dorch vlij t unde nersticheit hor gheschicht ums be-ter te duyren myt schryft unde ghetuygen laeten bevestigen; hyrom begeren wy alle luyden kennelick the syn hoe dat de schelinge erresen tusschen de discreten manneren ende inwoonders van Zuydtlaren ther ener unde de ingesetene vann Borck under de caspelkercke vann Anlo ter ander zijden, seheelaehtich urn te meyen dat men hartstroeynge noemet ende urn de wtdryft ende weydinge der byesten, hoe dat dese vorss. sehelinge myt beyder parthyen vullkomen consent hebben veraccordeert ende hengheleeht unde tsulvige aeeordt bundieh unde vast ghemaket, urn an beiden zijden ewelyek t’aehtervolgen by vyfftieh marek sterling to broke, na manier undergesehreven.

I. Then eersten dat die inwoonders van Zuydtlaren solen vergaren -unde meyen dat men noemt de hartstreynge sowal an die westerzijdt – als an de oesterzijdt des gemenen straete Groninger weeh genoemt, so diekwill hor des belieuen sall unde van oldes plegen te doen.

Also nochtans so der emant van de Zuydtlarers by langes hor geboude gront de eeseh genoemt hor hartstreynge meyen ende versamelen unde myddelerwyle de Boreker byestenn daerinn lopende schaede doenn, so mogen de van Zuydtlaren e) van de Borekers pande affhaelen.

Wyder so de Zuydtlarers off emant van horentwegen der Borekers holt int kl ene off int grote eets affhouwet, so mogen de van Borek daer een roeht om holdenn off oek wal pande affnemen, hetweleke sy oek konen doen urn der hartstreynge haluen. Also nochtans dat de Zuydtlarers tot geen rooff solen mogen gedwongen worden.

De inwoners auers van Borek solen mogen hor biesten ende peerden dryven nae der noorderzijdt wes tot de moerdobbe off -euyle dat Dammansveen genoemt wordt, alwaer desulvige mogen blyven solange und so diekwils hor dess believen sal, also nochtans dat sie niet solen vorby de euyle henn dryuen nae het Noorden off over der gemeene strate Groninger weeh genoempt nae het Oesten; un-de op die dryft mogen sy hor byesten stuyrn wes tot het vorss. moer Dammansveen doreh de Westerweeh ende Suyderweeh, dwelek genoemt wordt de eseh; soveer sye over vorbenoembde stegen ouerdryven, so mogen de Borekeners van de Zuydtlarers gerouet worden. Item als de inghesetenen van Borck believet te dryven hor vee up de weyden by hor esseh langes, so solen sy de dryven ende weiden tussehen het naeste moer an de eseh ende tussehe de eseh hen tot de plaetze de men de Walrijp noemt. Daerenboven solen sy oek hore bestiael dryven by dat water langes ende tot het water Borekermeer genoemt ende oek aldaer weydenn. Daerna so het hoor belieft mogen sy desulvige dryven na het Suyden weg tot de stege Galgenbereh genoemt ende mogen sye nyet laten lopen over de weeh Groningerweeh genant nae het Oosten.


 21 Willekeur of keur = rechtsregel welke door leden van een gemeenschap (marke, dorp, stad, gilde, etc.) werd vastgesteld.


Then leste solen de Borekeners versammelen ende meyen hor hartstreynge wess tot de plaes Groningerweeh genant, streekende van het meer thut de Galgenbereh.

2. Aldus is ghehandelt unde gheaeeordeert int jaer uns Heren duyI” sent driehundert tweendartieh den vyfften daeh na S .Heerten in de wynter tussehen de Zuidtlarers en e Borekers innt velt vor de tuygen daertoe ghebeden unde geroepen, naamptliek Johan Junge, Warner Garbelinge h) ende Boele Bavinge, inn Anlo Leffert ende Tiddeman ende Johan Eminge. Tot tuyehnisse ende bevestenisne van desen 50 synnen unse zegelen hyrunder an desen ghehangen.

Under het Latijn volgede het nabesehreuen.

Ende want des se vorgess. brieff doreh syn oltheit kranek unde swaek was, hebbe ick Engelbert van Eenss droste vorgess. om de bede wille de buyren van Zuidtlaren desen vidimus vorss. doen restaureren, orkonde der waerheit ende meerder vestnisse van desen oek myn zegel beneden an desen brieff ghehangen. Gegeven in den jaer uns Heren duisent vyffhundert unnd sestig den daeh des maents Aprilis.

Onder stondt E. van Ense/ unde met een withangende zegell van gronen was.

[In dorso in een andere 16e eeuwse hand:]

Ithem die is die kopye ut die lattingsbrieff soe die buerenn van Suttlaren hebben tusschen die van Borck und die van

[In dorso in een latere hand:] aeeoort Borck en Suitlaren.

1. Vor eerst datt de borgeren van Suidlaren soelen sammelen unde meyen hare hartstreynge sowall teWesten alse ten Osten van de gemene wech genaempt Gronningwech, so vaken haer gelievet unde van olltz gewoentlieh sinnen.

2 n). Hyrby gedaen: datt so veerne de borgeren van Suidlaeren, neffens hare (scilicet 8) Suidlarer) Essk hare hartstroeynge meyeden unde sammeleden unde inmiddels hare beesten lepen in Borcker koren unde schade deden, soelen de borgeren van Borck moegen panden dengenen dewekke haer de schade doen.

  1. Wijders so die borg eren van Suidtlaren ofte emant van haer borgeren int grote ofte kleine enich hollt houweden ofte snoeyeden, koenen de Borkers een recht 0) (datt genompt wordt) een rocht anstellen ofte panden, hetwekke sie ok moegen doen in de voorges. easu ofte pointen, also nochtans datt sie den borgeren van Suidlaren niet soelen bemoeyen mit enige rovinge 5).
  2. De borg eren overst 9) van Borck soelen p) nha de noordersijt hen an een sloot vant morass datt Dadamansveen heetet, hare beesten weiden und aldaer bliven laten so vaken haer sulkes belevet.
  3. Also datt sie (scilicet die Borkers) niet soelen overtreden den sloot nha hett Noorden, noch ock niet den gemenen wech, geheeten Gronningerwech nha het Oosten.
  4. Unde int weiden soelen sie (scilicet de Borkers) haer beesten drijven nha hett vorss.” morass doer de wester unde suiderwech de daer heete Essk.
  5. So veerne oeverst se de vorss. plaetzen overtreden koe[nen] de borgeren van Borck gepandet worden van de borg eren van Suidlaren. 8, Item wen hett den borg eren van Borck belevet haere beesten te weyden neffens de plaetze de daer hetet hoere Essk, soelen up sulke wij se doen,
  1. alss datt sie haere beesten soelen weiden tusschen den Essk und hett morass naest r) den Essk bett tott den plaetze die daer hetet Walrijpe.
  2. 10.Wyders soelen sie (scilicet de van Borck) haer beesten drijven neffens unde in het meer genaempt Borkermeer, u[nde] q) sie aldaer moegen weiden.
  3. 11.Vandaer (so het haer belevet) sollen sie haere beesten weiden na het Suiden tott een plaetze de daer heet Galgenberch und soelen s) nha het Oosten niet overtreden [den] q) weeh de daer heetet Gronningerwech t).
  4. Acte van overdracht van Berent Jans, zijn zoon Roelof Berends en diens vrouw Mechteld aan J. Sichterman en J. Sichterman-Ysbrants van een erf te Schipborg.Uitwerking van de handgeschreven tekst in de officiële acte:Harmen Dijk, Verwalter Scholtes van Anloo, Gieten en Suidtlaeren, certificeren door desen, dat voor mij en twee erffbuuren als de ene Jan Schuilinck van Seijen tot Annen en Roelof Jansen Boelen erfgeseten tot Eext: beide hier toe besonder geroepen omdat voor die tijdt geen onpartijdigeetffbuuren tot Schipbork waeren te bekommen volgens mijn generale authorisatie van de Hooch wel geboren heere Drost van Roelof van Echten tot Echten etc. etc. gedateert den 16 aptil 1701 alhijr vertoont en gelesen persoonlijk gecompareerdende erschenen sijne Bernt Jans en sijn soon Roelof Berents beide voor haer silver en caverende de laesten voor Mechtelt sijn huisvrouw totSchipborck, bekennende ende verklarendevrijwillich, een week en Erstelijk mijt er Landt verkoft op en overgedraegen te hebben gelijk doen door desen an de Heer Gedeputeerde Joh. Sichterman met mevrouw Johanna Ysbrants . Echtelieden haer comparanten Erve en landerien gelegen tot Schipborck, bestaende in huisenge, schuire,bouw, weidacker en hoylanden, waerdelen mits van der Comparanten genoemde Erve. Soo als het selvige van haer in eigendom is beseten en gebruikt geweest. Gereserveert oft buitenbescheiden en sulkes dit verkoft voor een somme van penningen, dewelk de Comparanten bekenden van den Heer ankoper ten vollen onffangen en genoten tehebben, deswegen van het verkofte absoluut gestandtdoende, onder belofte om het xxxx te leveren. Vrij en wachten en waeren voor alle actie, exercitie en anspraake in welke, de comparanten beide in genereen elk in xxxx verhypotyseerde en ten onderpande stellen alle haere hebbende en verkrijgende goederen, hoe ofte waer gelegen onder Submissie van alle hooge en laege rechten en gerichten tot kort en schadeloos ontlasten.Blijvende echter tot laste van de Heer ancoper, alle en gedaene lasten, schattingen en Swaerichheden als waer mede dese verkofte goederen van oudts heen sijn belastet en bewaert geweest en van nature daer op staen en noch sijn. Leggende de comparanten xxxx op den stock naar landtrechte an de hr ankooper xxxx In xxxx der waerheit en tot xxxx Van desen , hebbe ick verwalter Scholte opgemelt het angeboren bijzegel van mijn principaal de doctor en scholtes S van selbachsijn onder an gehangen en desen voort benevens mijne erffgebuuren eigenhandich ondertteikent. Tot Schipborck op den 15 januarij seventien hondert vier.Getekend. H Dijck—Jan Schulinck—Roelof Jansen Boelen(opmerking: xxxx = handgeschreven woord in de tekst is niet uitgewerkt vanwege onleesbaarheid. 

    Bijlage 11 – Haardstedenregister

Informatieve website over Schipborg door de jaren heen